De trekpaarden hebben geen hoge verkoopwaarde. De vleesindustrie
beheert de verkoopsprijs en het verbruik van paardenvlees wordt steeds
minder.
80 % wordt ingevoerd, hoofdzakelijk vanuit Polen, Argentinië en de
Verenigde Staten. Daar de amerikanen zelf geen paardenvlees eten,
vriezen ze het in en exporteren het naar Europa.
De foals worden op een leeftijd van ongeveer 6 maanden verkocht voor
een prijs tussen 700 en 1000 €, soms zelfs voor minder.
De fokkers maken geen fortuin met het grootbrengen van deze paarden.
Sommige trekpaarden die gefokt zijn om een team te leiden worden voor
een hogere prijs verkocht, zij het dat de kopers niet makkelijk te
vinden zijn.
Voornamelijk Duitsland en Japan kopen trekpaarden in Frankrijk.
De duitsers kopen ze voor twee doeleinden. Ten eerste om gebruikt te
worden als promotie om de wagens van de bierbrouwerijen te trekken.
Hiervoor geven zij de voorkeur aan zwartgekleurde Percherons.
Ten tweede de trekpaarden worden gebruikt voor de werkzaamheden in de bossen en zijn goedkoper dan gemotoriseerd material.
In Japan wordt het paardenvlees als een gastronomisch voedsel beschouwd
en wordt het verkocht op de vleesmarkt voor ongeveer 75€ per kilo.
Ook worden de trekpaarden ingezet bij het sleerennen. Een sport waarbij
het paard een slee van 300 Kg. moet trekken over een terrein van
ongeveer 250 meter. De slee wordt beladen met een vracht tussen 700 en
1000 kg.
Het is een aantrekkeijke sport waarbij er weddenschappen op de paarden worden afgesloten.
In Frankrijk beginnen we het trekpaard weer te introduceren voor de
werkzaamheden in de bosbouw maar het gaat, op dit moment, om slechts
een honderdtal paarden terwijl er in Duitsland al zo’n 10.000
paarden worden ingezet. Daar wordt nl. Het gebruik van gemotoriseerd
materiaal in de bossen verboden.
Daar er enkel een paar landen zijn waar het trekpaard weer wordt gebruikt, ligt er geen grote toekomstverwachting voor dit ras.
Bij “La Michaudière” werken we met zo’n 30 trekpaarden van drie verschillende rassen.
De trekpaarden blijven het hele jaar buiten. In de winter worden ze geweid in de paddocks waar voorheen de koeien geweid zijn.
Het binnenhalen van de paarden gebeurd door de paarden aan de staart
van hun voorganger te binden en zo een lange rij te vormen. Het
binnenhalen van de paarden kan door twee of zelfs een persoon worden
gedaan.
Voor vergelijking, per jaar worden er ongeveer 800 Percherons en meer dan 5 000 Traits Breton geboren.
Vandaag, in Frankrijk, zijn er niet veel trekpaarden meer. In 1950
telden we er ongeveer 3 miljoen, er zijn er nu ongeveer 20 000. Sommige
rassen, zoals de ‘Trait du Nord” of de
“Boulonnais” produceren minder dan 200 foals per jaar en
hun voortbestaan is in gevaar.
- PERCHERONS : Witte, grijsgevlekt of swarte paarden. De foals
worden zwart geboren, na zes maanden behouden ze deze kleur of gaan
over naar het grijsgevlekt.
Tussen hun 6° en 10° jaar kunnen zij verkleuren tot een witte Percheron.
- COB NORMAND : Deze trekpaarden hebben een baai bruine kleur.
Ze worden ook wel “buspaarden” genoemd daar ze warden
geselecteerd om ingespannen te worden en snelwerkende teams te vornem.

- TRAIT BRETON : een trekpaard wat nog steeds gefokt wordt in
Bretagne. (Haras de Lamballe) Ook vonden we de “Postier
Breton” , welke lichter was. De ‘trait Breton” werd
steeds zwaarder daar ze steeds meer gefokt werd voor het vlees.
In Frankrijk vinden we 9 rassen van het trekpaard. In het Juragebergte
vinden we de “COMTOIS” welke het aantal beduidend verhoogt
door het hoge aantal geboortes. Van de “AUXOIS” daarentegen
vinden er slechts zo’n 150 geboortes per jaar plaats. In het
oosten van het lande vinden we de “ARDENNAIS”, in het
noorden de “TRAIT DU NORD” en “BOULONNAIS”, in
het westen de “PERCHERON”, de “COB NORMAND” en
de “TRAIT BRETON” en ten slotte de “TRAIT
MULASSIER” welke het meest bedreigde ras is met minder dan 50
geboortes per jaar.
Vandaag vinden we steeds meer werkende trekpaarden. Er is een tijd
geweest date r geen paarden warden opgeleid, maar nu zijn er duizenden
paarden ( raspaarden, vrije-tijdspaarden) geregistreerd bij het
ministerie en is ere en stijgende behoefte aan werkende trekpaarden.
Men leidt nu ongeveer 150 tot 200 paarden op per jaar en spoedig vinden
we een overshot in sommige departementen tegenkomen. (Mayenne,
l’Orne, La Manche en Calvados)
Om de trekpaarden van schoeisel te voorzien moet men op ongever
60€ rekenen. Deze dienen ongeveer 45 tot 60 dagen later vernieuwd
te worden.
Voor het beslaan van de paarden kent men twee methodes.
1. de Engelse methode waarbij de hoefsmid alleen
werkt en dus zelf het been van het paard vasthoudt terwijl hij het kapt
en beslaat.
2. de tweede methode is de methode waarbij een tweede
persoon het been vasthoudt terwijl de smit de hoef kapt en beslaat.
Wat het tuig betreft worden er in Frankijk niet meer voldoende tuigenmakers opgeleidt.
Er is een opleiding in het “HARAS DU PIN” maar de meeste
tuigen worden gemaakt in Pakistan of India, waar de arbeidskosten enn
stuk lager liggen.
Een ham, gemaakt in Frankrijk, kost ongeveer 700€ terwijl een haam, gemaakt in ndia, ongeveer 150€ kost
Op onze trekpaardenboerderij nemen zo’n
twintig zware paarden (waaronder Percherons, Bretonse trekpaarden en
Cobs) deel aan een interessante paardenshow. Bekijk ook de collectie,
door paarden getrokken landbouwwerktuigen, de smederij en de
zadelmakerij.
Regelmatig worden er tochten met paard en wagen georganiseerd en tevens boerenmaaltijden.
Rijdt in de richting van Bagnoles de l’Orne via Lessart (D 235).
Even voorbij Juvigny verrijst links een ommuring van een landgoed. Sla
vlak voor de muur linksaf. Onze boerderij is aangegeven met de borden
“ferme du cheval de trait”.
Paardenshow (aanspanningen, voltige en dressuur) van half juli tot eind
augustus, Woensdad, Donderdag, Zaterdag en Zon- en Feestdagen om 15.30
U.
De rest van het jaar : raadpleeg onze website. Prijs : 10 €
(5-12 JAAR 5€)
U kunt lunchen op de boerderij maar u dient van tevoren te reserveren
.